Gaat uw kind nog wel studeren?

Zoals hier uitgelegd aan jongeren, is de kans dat na een tussenjaar de motivatie ontbreekt om weer te gaan studeren zeer gering en is doorgaans het tegenoverstelde het geval. Bovendien kunt u als ouder helpen dit risico te beperken door uw kind zoveel mogelijk zelf verantwoordelijk te maken voor zijn/haar levensonderhoud. Hier leest u hoe u met uw kind afspraken kunt maken over levensonderhoud en daarbij de kans op conflicten zo klein mogelijk houdt.

Heeft uw kind in het tussenjaar inkomsten uit een betaalde baan, dan kunt u hem/haar bijvoorbeeld laten betalen voor kost en inwoning. Of hem/haar meer zelf laten betalen voor zijn kleding, smartphone of andere dingen. Dit lijkt misschien vreemd als u zelf ruim voldoende heeft en het uw kind gunt om leuke dingen te doen met zijn/haar eigen geld. Maar als u uw kind niet financieel verantwoordelijk maakt voor zijn/haar eigen doen en laten, vergroot u de kans dat hij/zij het belang van een vervolgopleiding niet gaat inzien.
Probeert u uw kind liever met goede argumenten te overtuigen om door te studeren, dan loopt u het risico dat hij/zij aan een studie begint om u tevreden te stellen en niet omdat hij/zij daartoe zelf echt gemotiveerd is, wat de kans op slechte resultaten en studie-uitval vergroot.

Wat uw kind van u vooral nodig heeft, is vertrouwen en geduld. Neemt uw kind een andere weg of omweg dan u had gehoopt, dan is dat voor u misschien moeilijk te accepteren. Hierbij kan het besef helpen dat uw kind het uiteindelijk het gelukkigst is, of wordt, als hij zijn eigen weg kan gaan.
Voldoende geduld opbrengen, kan lastig zijn. Wie weet hoe lang het duurt voordat uw kind het belang van studeren gaat inzien? Misschien wel meer dan een jaar. Dan is het fijn om te weten dat met een lening van de overheid voor studiefinanciering kan worden gestart tot een leeftijd van 30 jaar. En de kosten hiervoor blijven natuurlijk zo laag mogelijk als uw kind echt gemotiveerd is om te studeren en hierdoor de studie zo snel mogelijk succesvol afrondt.

Stel dat uw kind al 30 jaar is en nog steeds niet gemotiveerd om te gaan studeren, terwijl hij/zij volledig voor zijn/haar eigen levensonderhoud zorgt. Wat kan er dan aan de hand zijn? Waarschijnlijk vindt uw kind zijn/haar werkzaamheden leuk genoeg en vindt hij/zij dat deze voldoende inkomsten opleveren. Als u andere verwachtingen had voor uw kind, kan het moeilijk zijn deze los te laten. Laat het u dan een troost zijn dat uw kind tevreden is. Wie weet, maakt hij/zij toch een mooie carrière en/of ontstaat in een andere levensfase alsnog de behoefte om te gaan studeren. Deelname aan het stelsel voor studiefinanciering is dan niet meer mogelijk. Maar als uw kind het dan echt wil, vindt hij/zij waarschijnlijk wel een manier om studeren te betalen. En anders kunt u misschien alsnog bijspringen.

Wil uw kind vrijwilligerswerk gaan doen waar u achter staat, dan kunt u afspreken dat u een bepaalde periode meer of alle kosten voor zijn/haar levensonderhoud voor uw rekening neemt, of blijft nemen. Het is goed om daarbij duidelijke afspraken te maken over de lengte van de periode, over wie welke kosten in deze tijd betaalt, en hoe de verdeling daarna zal zijn.
Wil uw kind langer dan gepland doorgaan met het vrijwilligerswerk, dan kunt u hem/haar herinneren aan de gemaakte afspraken. Uiteraard kunnen deze worden bijgesteld als u dat wilt. Bijvoorbeeld door een nieuwe periode af te spreken, waarin uw kind meer kosten voor zijn levensonderhoud zelf gaat betalen. Zo laat u de keuze om vrijwilligerswerk te blijven doen aan hem/haar over, en vergroot u tegelijkertijd de kans dat hij/zij het belang van studeren gaat inzien.